Missie

De Huizen streeft naar kleinschalige, gedifferentieerde detentievormen op maat die beter verankerd en geïntegreerd zijn in het maatschappelijk weefsel.


Een nieuw penitentiair paradigma

Gevangenissen zijn ziekmakend, wakkeren criminaliteit eerder aan dan ze terug te dringen en staan herstel en re-integratie in de weg. Een zinvolle detentie bereidt de gedetineerde voor op het leven na de straf. Een individueel oplossingsplan en een persoonlijke aanpak zijn daarbij noodzakelijk, net als het creëren van een positieve sociale rol en netwerk. Dat is nodig om vat te krijgen op de recidivecijfers.

Daarbij passen een nieuwe organisatievorm en een nieuwe infrastructuur: detentiehuizen. Het is nodig om beter te differentiëren, zowel op vlak van beveiliging, detentie-invulling als begeleiding. Daarvoor is kleinschalige werking noodzakelijk. Een betere verankering van het penitentiaire in de samenleving maakt de weg naar de re-integratie korter. Deze huizen zullen bovendien antwoorden bieden op socio-economische noden van hun buurt en er zo een meerwaarde voor betekenen.

Dit nieuwe paradigma biedt niet alleen toekomstgerichte oplossingen voor (ex-)gedetineerden en een hoopvol perspectief voor al wie professioneel met misdaad en straf te maken krijgt, maar evengoed handvaten aan de samenleving om met haar zwarte schapen om te gaan.

De Huizen maakt business-, buurt-, personeels-, stappen- en architecturale plannen en doet op basis hiervan aanbevelingen aan overheden en geïnteresseerde organisaties. De Belgische overheid pikte de ideeën al op en besliste over te gaan tot proefprojecten met detentiehuizen.


Van lijfstraf naar gevangenisstraf. En nu?

Gevangenissen kwamen er ter vervanging van de ‘inhumane’ lijfstraffen. Het volgende voorbeeld van een detentietraject, gebaseerd op reële situaties, maakt duidelijk dat we toe zijn aan een volgende stap in het humaniseren van onze straffen:

Hicham start zijn detentie in Oudenaarde, maar wordt al snel naar Tilburg getransfereerd, onder andere omdat hij nauwelijks tuchtrapporten oploopt. Zijn familie kan niet op bezoek komen in Tilburg (omwille van de afstand en de kosten voor het vervoer). In het begin legt Hicham zich neer bij de beslissing, maar hij mist zijn vrouw en zoontje. Bovendien geraakt hij zo steeds meer vervreemd van zijn motivatie om het anders aan te pakken in zijn leven, want die motivatie is voor hem sterk gelinkt aan zijn familie en de beloftes die hij hen maakt. Hij geraakt gefrustreerd en het samenleven in een cel met 7 anderen valt hem steeds moeilijker. In een conflict tussen zijn celgenoten probeert hij in eerste instantie te bemiddelen, maar wanneer dat niet lukt, frustreert dit hem nog meer. Op een dag wordt het hem teveel en hij geraakt betrokken bij een vechtpartij. Hierdoor wordt hij opnieuw op transfer gezet naar Wortel. Hier belandt hij op cel met 4 anderen met wie hij niet kan praten, omdat ze allemaal een andere taal spreken. Om de frustratie niet te laten escaleren, begint Hicham opnieuw drugs te gebruiken, omdat dit hem kalmeert en helpt om niet voortdurend de pijn van het gemis te voelen. Zijn eerste aanvragen voor UVs en PV worden geweigerd, vooral omwille van zijn negatieve detentiehouding. Op een gegeven moment krijgt hij toch een UV. Tijdens die dag moet hij op gesprek bij 2 diensten en werk gaan zoeken. Hij krijgt 10 uur om alles te regelen, maar moet hiervoor naar Oudenaarde. Het lukt hem niet om op tijd terug te geraken, door gedoe met het openbaar vervoer. Die dag zag hij zijn vrouw, en merkte dat er iets aan de hand was, maar kon het niet meteen plaatsen. Een paar dagen later ontvangt hij een brief van haar advocaat met de mededeling dat ze wil scheiden. Ze kon de situatie niet meer aan en gelooft niet meer in hem, aangezien hij nu toch opnieuw is gaan gebruiken. Dit is een zware klap voor Hicham, en bovendien betekent dit dat hij niet op PV kan gaan en dat hij op zoek moet naar een nieuwe woonst. Hij probeert zich in te schrijven in een sociaal verhuurkantoor, maar kan niet toegelaten worden omdat zijn domicilie niet in de juiste gemeente staat. Intussen komt de datum van zijn strafeinde dichterbij, en hij beslist om zijn straf uit te zitten, aangezien hij toch nauwelijks aan de voorwaarden voor ET of VI kan voldoen. Wanneer hij vrij komt, is hij opnieuw helemaal verslaafd, heeft geen inkomen en geen woonst. De enige persoon die hem nog wil helpen is een medegedetineerde bij wie hij intrekt. Om aan geld te komen, beginnen ze al snel samen nieuwe feiten te plegen.